OLIJF MET PEREN

Een kroniek - familiegeschiedenis

Na de voorbereiding en het rijpingsproces dat in 2003 van start ging, is vanaf de zomer van 2007 het onderzoek steviger ingezet zodat bepaald zou kunnen worden in hoeverre voldoende interessant materiaal beschikbaar zou komen om een familiekroniek te kunnen laten schrijven.

Dit vooronderzoek werd in april 2008 afgerond en de conclusie was dat er ruim voldoende documenten, brieven, anecdotes en verhalen beschikbaar is om aan de tweede fase, het schrijven van het boek te beginnen.
Ons idee was dat deze familiekroniek globaal honderd jaar zou gaan bestrijken. De gedachte achter de familiekroniek is dat we een aantal vermoorde familieleden en met name onze gemeenschappelijke grootvader E.A. Jessurun d'Oliveira wilden kunnen herdenken.

 

A.E. d’Oliveira ( 1886-1944) fungeert dan ook als de eerste protagonist. Rode draden zijn ondermeer de integratie en opwaartse sociale mobiliteit. Deze ontwikkelingen zijn ingrijpend verbroken door de Tweede Wereldoorlog. Voor het beschrijven van de sjoa en de 'kleine sjoa’ zal uit een rijk familiearchief geput kunnen worden. De niet algemeen bekende portugezenlijst die een aantal van onze familieleden het leven heeft gered, maar velen niet heeft geholpen, zal zeker in al z'n facetten aan bod komen. (zie o.m. bij Yad Vashem)

 

Het vooronderzoek voor onze kroniek is gedaan door drs. J. van de Kamp. Daarna heeft de historicus Jaap Cohen vanaf 1 januari 2009 het stokje overgenomen. Uitgeverij Querido heeft al in een vroeg stadium de intentie uitgesproken het boek te willen gaan publiceren. We hoopten dat het boek in 2011 voor de boekhandel beschikbaar zou komen. Jaap werd echter tot ons groot genoegen in de gelegenheid gesteld om op dit onderwerp verder te bestuderen en heeft er een promotieonderzoek van kunnen maken.

In onze twee families, erg van elkaar verschillende families, komen veel prototypische professies voor, diamantarbeiders, beurshandelaren, rabbijnen, dokters, maar ook dansmeesters en sjouwers.
Er is veel wat het onderzoeken waard is, de aanvankelijk rijke Portugezen zijn door crises verarmd, maar hebben zich weer opgewerkt en ook op andere manieren gemanifesteerd.

De consequentie van de promotie is dat 'onze' geschiedenis breder en wetenschappelijk wordt onderzocht waardoor het uiteindelijke boek interessanter zal worden voor een breder publiek. Meer dan wij ooit hadden durven dromen.

De promotie zal in 2013-14 worden afgerond.


Als familiestichting (Stichting Conto) hebben we een matchingsovereenkomst kunnen sluiten met de Universiteit van Amsterdam en het NIOD, waardoor Jaap Cohen tijdens zijn promotie bij laatsgenoemde een werkplek heeft gekregen en feitelijk ook bij het NIOD in dienst is getreden.
Naast de promotiebegeleiding van prof.dr. H. Blom en prof. dr. E. Gans hebben wij, de familie en ook Jaap, nog altijd de steun van de begeleidings-commissie die nog steeds met enthousiasme en kennis van zaken het werk volgt en gevraagd en ongevraagd adviseert.

 

Wij zijn ontzettend blij met iedereen die zich met dit project, wat nu promotie is gaan heten, bezighoudt en zijn overtuigd van een goede afloop.

 




Brieven

Een groot aantal brieven van grootvader Eli aan schrijvers waaronder De Tachtigers is in diverse archieven voor de Letteren en bij Universiteiten gevonden. Ook brieven die Eli schreef tijdens zijn wetenschappelijke opleidingen, vlak voor de oorlog,  geven een beeld van het druk bezette leven en van de tol die dat soms eiste.

In de archieven zijn ook brieven gevonden van andere familieleden. Bijv. Agnes Roelofsz-Rodrigues Pereira die met diverse kunstenaars en schrijvers een correspondentie onderhield. Dit was ons niet bekend.
Het onderzoek beperkt zich in eerste instantie tot de 'harde kern' van de stamboom, maar toch, is het zeer bijzonder om op deze manier je familie beter te leren kennen.Kennelijk eisen meer mensen een plaatsje op in de geschiedenis, dan je in eerste instantie zou denken. Zo ook Gerda d'Oiveira-Leo, fotografe, van wie in 2009 een overzichts-tentoonstelling in het FOAM te Amsterdam is geweest. De prachtige catalogus van haar werk is bij antiquariaten nog te vinden.

 

Archieven

Gedurende de eerste jaren van ons project hebben we zelf ook in archieven onderzoek gedaan. Ook dat leverde veel nieuw materiaal op. Er is zelfs een aantal directe familieleden van wie we het bestaan niet wisten, opgespoord. Over Eli d'Oliveira vonden we veel, o.a. dit krantenknipsel. Stenografie heeft in zijn leven een grote rol gespeeld. Elders op deze site kunt u daar veel meer over vinden.

Omdat we zeker weten dat er nu nog mensen zijn die onze ouders- en grootouders hebben gekend, hopen we dat de bezoekers van deze website zo vriendelijk willen zijn ons te melden als u nog over informatie 'over vroeger' mocht beschikken. Kent u iemand die gewerkt heeft met of voor een van de betrokken personen? Heeft u nog foto's, knipsels of anderszins informatie? Schroom niet om ons uw anecdotes te laten horen. Via het mailformulier (bij Contact) kunt u ons berichten sturen.

Heel hartelijk dank daarvoor, bij voorbaat! 




Allerlaatste teken van leven

Soms is hetgeen je kunt vinden in archieven erg ontroerend. Soms is het informatie sec, lijsten, documenten, of een krantenartikel.
Eén van de meest ontroerende vondsten zijn de briefkaarten uit Theresiënstadt, die we op internet(!) vonden bij het Joods Historisch Museum . Een aantal briefkaarten uit Theresienstadt, gestuurd door onze grootvader Eli d'Oliveira.
Briefkaarten die in feite als administratief instrument gebruikt mochten worden om zodoende te kunnen registreren of een pakje of geld was aangekomen. Een ontvangstbewijs dus.
Op een van de kaarten mocht dan wel een boodschap blijven staan kennelijk.. daarna heeft 'de buitenwereld' nooit meer iets van onze grootouders gehoord.. ze zijn in oktober '44 naar Auschwitz gebracht en ze zijn daar omgebracht.

 

In 2010 kregen we nog enkele briefkaarten van de dochter van de heer Arnold, aan wie de meeste van de kaarten zijn verzonden. Daar bleek ook dat deze oud-patient van Eli d'Oliveira zo gehecht was geweest aan hem, dat hij zijn leven lang zijn portret in zijn werkkamer had hangen. Ook dat portret hebben we van de dochter gekregen. Het is de tweede foto linksboven in de kop van deze website.

 




Onze onbekende oudoom Jacob d'Oliveira

Via Jelle Gaemers, die voor de biografie van W. Drees (deel 'De Rode Wethouder'), ondermeer de ontwikkeling van de stenografie en met name van het Systeem Groote in Nederland onderzocht, hebben wij voor het eerst gehoord over de jongere broer van Eli.
In 2010 is al veel meer duidelijk over de stamboom van de familie d'Oliveira, dankzij Jaap Cohen, die dit onderzocht. In zijn proefschrift dat in 2013 hopelijk zal zijn afgerond, zal hierop uitgebreid ingegaan worden.
Jelle heeft ons na deze ontroerende ontdekking van meer familie dan waar we weet van hadden, geholpen met het vinden en begrijpen van snippers van het verleden. Heel veel dank hiervoor!


Grootte in: Bondsorgaan november 1905 [p.1-2]:
"De ‘jonge d’Oliveira’ (ter onderscheiding van oudere Eli) zat bij de eerste zes reporters (was toen 14 jaar, hbs’er). Ontmoette hem voor het eerst toen hij in Steeds Sneller in café Lohengrin op het Rembrandtsplein les gaf ‘aan een ander jong baasje’. Behoorde tot het mij sympathieke clubje jonge Groote-schrijvers die voor het stelsel streden. Was een goede bekende bij mij aan huis, logeerde voor zijn vertrek bij mij in Bussum."


De broers Eli en Jacob zijn begon 20e eeuw enige tijd in Antwerpen geweest. In de familie was er niemand die ooit van deze Jacob had gehoord. Jacob Jessurun d’Oliveira (Amsterdam 22-1-1888 - Antwerpen 9-11-1905).
Eli vernoemde zijn zoon dus waarschijnlijk naar deze Jacob.




Stenografie systeem Groote


A.W. Groote introduceerde in 1899 zijn 'kortschrift'.
Hij was adjudant van een Nederlandse generaal bij de cavalerie. Groote zocht een manier om te paard aantekeningen te kunnen maken zonder dat zijn schrijfsels onherkenbaar zouden worden door de bewegingen tijdens het rijden. Zodoende kwam hij ertoe een systeem te ontwikkelen welke zowel aan die eis voldeed als voldeed aan de eis om gesproken taal snel te kunnen notuleren.